You are on page 1of 19

[Art.

19bis
1 3 [Interest omvat eveneens de inkomsten in het bedrag verkregen 6[ ingeval van overdracht onder bezwarende titel van aandelen,]6 ingeval van inkoop van eigen rechten van deelneming of ingeval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het eigen vermogen van een collectieve beleggingsinstelling in effecten waarvan meer dan 6[25 pct.]6 van het vermogen rechtstreeks of onrechtstreeks is belegd in schuldvorderingen, voor zover deze inkomsten betrekking hebben op de periode gedurende dewelke de verkrijger houder was van de rechten van deelneming. 5[Indien de verkrijger deze rechten door schenking heeft verkregen, wordt deze periode verlengd met de periode gedurende dewelke de schenker houder is geweest van de rechten van deelneming. Indien de verkrijger of de schenker de rechten van deelneming vr 1 juli 2005 heeft verkregen, of indien de verkrijger de datum van verkrijging niet kan aantonen, wordt hij evenwel geacht houder te zijn geweest vanaf 1 juli 2005.]5]3 Deze verrichtingen zijn slechts belastbaar indien ze betrekking hebben op rechten van deelneming van een collectieve beleggingsinstelling in effecten waarvoor de statuten of het fondsreglement geen uitkering van de netto-opbrengst voorzien. 3 [Een collectieve beleggingsinstelling waarvan de statuten niet de jaarlijkse uitkering voorzien van alle inkomsten die werden verkregen, na aftrek van de bezoldigingen, commissies en kosten, wordt voor de toepassing van het vorige lid geacht geen uitkering van de nettoopbrengst te voorzien.]3 3 [Het belastbaar bedrag van de inkomsten bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het geheel van de inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks, onder de vorm van interesten, meerwaarden of minderwaarden voortkomen van de opbrengsten uit activa die werden belegd in schuldvorderingen bedoeld in 4[artikel 2, 1, 3, a), van het koninklijk besluit van 27 september 2009 tot uitvoering van artikel 338bis, 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992]4, wanneer de beheerder van de collectieve beleggingsinstelling in staat is dat gedeelte vast te stellen in het bedrag dat voortvloeit uit het verschil tussen het bij de verrichting verkregen bedrag en de aanschaffings- of beleggingswaarde van de aandelen of bewijzen van deelneming.]3 Onder schuldvorderingen worden verstaan de schuldvorderingen bedoeld in 4[artikel 2, 1, 3, a) van het voormeld koninklijk besluit van 27 september 2009 6[...]]4. 7 [...] Het in het eerste lid bedoelde percentage van 6[25 pct.]6 wordt bepaald aan de hand van de beleggingspolitiek zoals die in het fondsreglement of de statuten van de betrokken instelling is neergelegd en, bij ontstentenis daarvan, op basis van de feitelijke samenstelling van de beleggingsportefeuille van de instelling. Bij gebrek aan informatie over het voormelde percentage van het vermogen van de collectieve beleggingsinstelling in effecten dat is belegd in schuldvorderingen, 6[wordt dit percentage geacht 100 pct. te bedragen]6. 2 2 3 [ [Wanneer de beheerder niet in de mogelijkheid is om dat gedeelte te bepalen, is het belastbaar bedrag van de inkomsten gelijk aan het verschil tussen het bij de verrichting ontvangen bedrag en de aanschaffings- of beleggingswaarde van de aandelen of bewijzen van deelneming vermenigvuldigd met het percentage van het vermogen van de collectieve beleggingsinstelling in effecten dat belegd is in schuldvorderingen bedoeld in 4[artikel 2, 1, 3, a) van het voormeld koninklijk besluit van 27 september 2009]4.]3 Wanneer het gaat om rechten van deelneming verworven vr 1 juli 2005, of indien de datum van verwerving niet wordt aangetoond, geldt de inventariswaarde op 1 juli 2005 als aanschaffings- of beleggingswaarde voor de toepassing van deze paragraaf.]2]1 6 [Wanneer de aanschaffings- of beleggingswaarde niet gekend is, is het belastbaar bedrag van de inkomsten het ontvangen bedrag tijdens de verrichting vermenigvuldigd met het percentage bedoeld in het eerste lid.]6 7 [ 3 In afwijking van 1, eerste lid, worden, wat de collectieve beleggingsinstellingen in effecten zonder Europees paspoort betreft en waarvoor 1 slechts vanaf 1 juli 2013 van toepassing is, de interesten begrepen in het bedrag dat overeenstemt met de verkregen inkomsten, berekend vanaf 1 juli 2008.

Wanneer de beheerder van een collectieve beleggingsinstelling in effecten die zijn zetel heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en niet beschikt over een Europees paspoort, niet in de mogelijkheid is om het belastbaar bedrag te bepalen zoals bedoeld in 1, vierde lid, worden de interesten die begrepen zijn in het verkregen bedrag, in afwijking van de 1, eerste en vierde lid, berekend op basis van een fictief tarief voor het jaarlijks rendement vastgelegd op 3 pct. en toe te passen op de investeringswaarde van de schuldvorderingen zoals bedoeld in 1, vijfde lid, voor de periode begrepen tussen 1 juli 2008 en 1 juli 2013 en waarin deze werden behouden. Het op deze wijze bepaalde bedrag wordt verminderd met het gedeelte van de interesten die reeds in het voorkomend geval zijn uitgekeerd. Voor de toepassing van het eerste lid moeten de woorden 1 juli 2005 in 2, tweede lid, gelezen worden als 1 juli 2008. ]7 VORIGE VERSIE(S)
Wetshistoriek Art. ingevoegd bij art. 111 W. 27 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), van toepassing op de inkomsten betaald vanaf 1 januari 2006 (art. 116). 1 gewijzigd bij art. 119, 1 tot 3 W. 27 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 1 januari 2008 (art. 119), bij art. 15, 1 tot 3 Wet 21 december 2009 (BS 31 december 2009 (ed. 2)), met ingang van 1 januari 2010 (art. 18), bij art. 2 Wet 19 mei 2010 (BS 28 mei 2010 (ed. 2)), met ingang van 28 mei 2010 (art. 5), bij art. 40, 1, 2, 4 en 5 Wet 13 december 2012 (BS 20 december 2012 (ed. 4)), van toepassing op de verrichtingen die plaatsgrijpen vanaf 20 december 2012 (art. 59) en bij art. 52, 1 Wet 30 juli 2013 (BS 1 augustus 2013 (ed. 2)), met ingang van 1 juli 2013 (art. 55). 2 vervangen bij art. 117 W. 27 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 1 juli 2006 (art. 117), gewijzigd bij art. 119, 4 W. 27 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), met ingang van 1 januari 2008 (art. 119), bij art. 15, 4 Wet 21 december 2009 (BS 31 december 2009 (ed. 2)), met ingang van 1 januari 2010 (art. 18) en bij art. 40, 6 Wet 13 december 2012 (BS 20 december 2012 (ed. 4)), van toepassing op de verrichtingen die plaatsgrijpen vanaf 20 december 2012 (art. 59). 3 ingevoegd bij art. 52, 2 Wet 30 juli 2013 (BS 1 augustus 2013 (ed. 2)), met ingang van 1 juli 2013 (art. 55). Voorgeschiedenis 1 gewijzigd bij art. 40, 3 Wet 13 december 2012 (BS 20 december 2012 (ed. 4)), van toepassing op de verrichtingen die plaatsgrijpen vanaf 20 december 2012 (art. 59). Uitvoeringsbesluiten Art. 1bis van het Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (B.S., 13 september 1993)

Onderafdeling 2. Afzonderlijke aanslagen

Art. 171
In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de bovenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten: 1 tegen een aanslagvoet van 33 pct.: a) de in artikel 90, 1 35[, 9, eerste streepje,]3531[en 12]31, vermelde diverse inkomsten; b) de in artikel 90, 8, vermelde meerwaarden, ingeval de desbetreffende goederen worden vervreemd binnen 5 jaar na de verkrijging ervan; c) 1 [onverminderd de toepassing van 4, b), stopzettingsmeerwaarden op immaterile vaste activa als vermeld in artikel 28, eerste lid, 1, en de in de artikelen 25, 6, a) en 27, tweede lid, 4, a), vermelde vergoedingen verkregen als compensatie van een vermindering van de werkzaamheid, in zover zij niet meer bedragen dan de belastbare netto-winst of -baten die 2[in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting]3 of de vermindering van de werkzaamheid uit de niet meer uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen. Onder belastbare netto-winst of -baten van elk in het vorige lid vermelde jaar wordt verstaan het overeenkomstig artikel 23, 2, 1, vastgestelde inkomen, maar met uitzondering van de ingevolge deze onderafdeling afzonderlijk belaste inkomsten;] 1 d) 4 22 [ [kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 42[2quater, 3bis en 4, f)]42, in zover zij door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1, zijn gevormd en niet worden vereffend in omstandigheden als bedoeld in 42[2quater, 3bis en 4, f)]42;]22 e) 47 [de bezoldigingen voor prestaties geleverd tijdens maximaal 50 dagen per jaar en die worden betaald of toegekend aan gelegenheidswerknemers die worden tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comit voor het hotelbedrijf of onder het Paritair Comit voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder het Paritair Comit voor het hotelbedrijf indien de werkgever en de werknemer een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk sluiten van maximaal 2 opeenvolgende dagen en waarvoor de sociale bijdragen worden berekend op een uur- of dagforfait zoals bepaald in artikel 31ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;]47 f) afkoopwaarden als vermeld in 2, d), indien anders vereffend; g) spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 2, e), indien anders uitgekeerd;]4 h) 22 [de in 4, g, bedoelde kapitalen geldend als pensioen wanneer die kapitalen in omstandigheden als bedoeld in 4, g, door de werkgever of de onderneming worden uitgekeerd aan een andere begunstigde dan degene die is bedoeld in 4, g, zonder dat zij met voorafgaande stortingen zijn gevormd;]22 i) [ [de beroepsinkomsten, met uitzondering van de bezoldigingen van bedrijfsleiders, voor een maximumbedrag van 12.300 euro bruto per belastbaar tijdperk die worden betaald of toegekend aan:]37
32 37

sportbeoefenaars, 36[voor]36 hun sportieve activiteiten en voor zover zij op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt;

scheidsrechters, 36[voor]36 hun activiteiten als scheidsrechter tijdens sportwedstrijden; opleiders, trainers en begeleiders, 36[voor]36 hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit ten behoeve van de sportbeoefenaars; op voorwaarde dat zij beroepsinkomsten uit een andere beroepsactiviteit verkrijgen waarvan het totaal brutobelastbaar bedrag meer bedraagt dan het totaal brutobelastbaar bedrag van de beroepsinkomsten die zij behalen 36[uit het geheel van hun voornoemde activiteiten in de sportsector]36;]32 2
4

[tegen een aanslagvoet van 10 pct.:

19

a) [...]; b) [kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f, in zover:

26

zij door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1, zijn gevormd en worden vereffend in omstandigheden als bedoeld in 42[2quater, 3bis en 4, f)]42; 34 [het kapitalen betreffen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven;]34]26 c) 22 [...]; d) [kapitalen en afkoopwaarden van de levens-verzekeringscontracten 24[bedoeld in de artikelen 104, 9, en 1451, 2,]24indien die kapitalen worden vereffend bij overlijden van de verzekerde of bij het normale verstrijken van het contract, of indien die afkoopwaarden worden vereffend in n van de 5 jaren die aan het normale verstrijken van het contract voorafgaan, voor zover die kapitalen en afkoopwaarden niet dienen voor de wedersamenstelling of het waarborgen van een hypothecaire lening. Hierin zijn eveneens begrepen de kapitalen en afkoopwaarden die worden toegekend aan een werknemer of aan een niet in artikel 195, 1, bedoelde bedrijfsleider en die voortvloeien uit een individuele aanvullende pensioentoezegging wanneer:
22

voor die werknemer gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging in de onderneming geen collectieve aanvullende pensioentoezegging bestaat of heeft bestaan; die bedrijfsleider gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging tijdens geen enkel belastbaar tijdperk regelmatig bezoldigd is;]22 e) de in het kader van het pensioensparen door middel van betalingen als vermeld in artikel 1451, 5, gevormde spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden, wanneer zij aan de rechthebbende worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in n van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan, 45[naar aanleiding van zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag]45 of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;]4 f) 18 41 [ [de uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 187 en 209, in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap;]41]18 2bis

[ [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de in artikel 17, 1, 5, vermelde inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van wettelijke en verplichte licenties;]44]7 2ter 41 43 [ [...]]41 2quater 42 [tegen een aanslagvoet van 18 pct., kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f), in zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd aan de werknemer of bedrijfsleider op de leeftijd van 61 jaar;]42 3 44 [tegen een aanslagvoet van 25 pct., de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2bis, 3quater en 3quinquies, alsmede voor diverse inkomsten als vermeld in artikel 90, 5 tot 7;]44 3bis
7 44

[ [tegen een aanslagvoet van 20 pct., de kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f), in zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd:
8 42

aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar; aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld in artikel 27, 3, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake Sociale Zekerheid, vr het bereiken van de leeftijd van 61 jaar; ]42]8 3ter 14 25 [ [tegen 44[een aanslagvoet van 15 of 25 pct.,]44, de in artikel 90, 11, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6, bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben;]25]14 3quater 30 44 [ [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 122, 1, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 5, van deze wet bedoelde categorie vastgoed of door een in boek 3 van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard, of deze haar effecten openbaar aanbiedt in Belgi of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 80 pct. van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks, rechtstreeks door deze beleggingsvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend als woning aangewend worden of bestemd zijn. Voor de toepassing van deze voorwaarde verstaat men onder woning zowel een eengezinswoning als een gebouw voor collectieve bewoning zoals een flatgebouw of een rusthuis;]44]30 3quinquies 41 [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de in artikel 21, 5, bedoelde inkomsten uit spaardeposito's, in zoverre zij meer bedragen dan de in de bepaling onder 5 van dat artikel bepaalde grenzen;]41 3sexies 46 [tegen een aanslagvoet van 20 of 15 pct., de in artikel 269, 2, bedoelde dividenden, naargelang ze zijn verleend of toegekend uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na dat van de inbreng of later;]46 4 tegen een aanslagvoet van 16,5 pct.: a)

verwezenlijkte meerwaarden op materile of financile vaste activa die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan 5 jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt 9[en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd]9, en op andere aandelen die sedert meer dan 5 jaar zijn verworven. De in het vorige lid gestelde voorwaarde van de vijfjarige belegging is niet vereist wanneer de meerwaarden worden verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid of van n of meer takken daarvan; b) 1 [de in 1, c), vermelde stopzettingsmeerwaarden die worden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de stopzetting van de werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting en de in 1, c), vermelde vergoedingen die worden verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf dezelfde leeftijd of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling. Onder gedwongen definitieve stopzetting of gedwongen handeling wordt verstaan de definitieve stopzetting of de handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis. Als gedwongen definitieve stopzetting wordt eveneens beschouwd de definitieve stopzetting die het gevolg is van een handicap als vermeld in artikel 135, eerste lid, 1;]1 c) de in artikel 90, 2, vermelde prijzen, subsidies, renten en pensioenen; d) de in artikel 90, 8, vermelde meerwaarden, wanneer de goederen waarop zij betrekking hebben meer dan 5 jaar na de verkrijging ervan zijn vervreemd; e) de 12[in artikel 90, 9 35[, tweede streepje,]35 en 10]12 vermelde meerwaarden; f) [kapitalen en afkoopwaarden die inkomsten vormen zoals bedoeld in artikel 34, 1, 2, eerste lid, a tot c, wanneer ze niet belastbaar zijn overeenkomstig artikel 169, 1, en ze aan de begunstigde worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn pensionering 42[of bij leven vanaf de leeftijd van 62 jaar]42, of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, met uitzondering van:
22

kapitalen of afkoopwaarden die gevormd zijn door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1; kapitalen en afkoopwaarden die krachtens een individuele aanvullende pensioentoezegging, als bedoeld in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, worden toegekend ofwel aan een werknemer als bedoeld in artikel 31 wanneer er gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging in de onderneming geen collectieve aanvullende pensioentoezegging bestaat die beantwoordt aan de voorwaarden van de voornoemde wet, ofwel aan een bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32 die, gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging, geen bezoldigingen heeft gekregen die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 195, 1, tweede lid;]22 26 34 [ [kapitalen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en die bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven;]34]26 42 [kapitalen die door werkgeversbijdragen zijn gevormd en worden uitgekeerd in omstandigheden als bedoeld in 3bis, tweede streepje;]42

fbis)
2 4

[ [...];]2

g) [kapitalen geldend als pensioenen wanneer die kapitalen door de onderneming worden uitgekeerd aan de in artikel 32, eerste lid, 1, bedoelde bedrijfsleider die het statuut van zelfstandige heeft en die is bedoeld in artikel 3, 1, vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, ten vroegste naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in n van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan 27[of wanneer die kapitalen naar aanleiding van zijn overlijden worden uitgekeerd aan de persoon die zijn rechtverkrijgende is,]27 zonder dat zij met voorafgaande stortingen zijn gevormd;]22 h) de afkoop van de gekapitaliseerde waarde van een deel van het wettelijk rust- of overlevingspensioen; i) 6 5 [ [de premies en vergoedingen ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector;]5]6 j) 32 37 [ [de in artikel 30, 1, bedoelde bezoldigingen]37 voor 37[een maximumbedrag van 12.300 euro bruto]37 per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voor een als zodanig verrichte werkzaamheid, voorzover zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 26 jaar op 1 januari 33[van het aanslagjaar]33;]32 40 [k) 43 [de premie bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van werkingsregels ervan.]43]40 5
22

tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad: a) vergoedingen 39[...] die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van stopzetting van arbeid of beindiging van een arbeidsovereenkomst; b) bezoldigingen, pensioenen, renten of toelagen als vermeld in de artikelen 31 en 34, waarvan de uitbetaling of de toekenning door toedoen van de overheid of wegens het bestaan van een geschil slechts heeft plaatsgehad na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop zij in werkelijkheid betrekking hebben; c) winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid als 9[vermeld in artikel 28, eerste lid, 2 en 3, a)]9; d) 16 [vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft; e) de EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft;]16 f) 28 [de inschakelingsvergoedingen bedoeld in Titel IV, Hoofdstuk 5, Afdeling 3, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;]28 6 tegen de aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten:

[het vakantiegeld dat, tijdens het jaar dat de werknemer 21[of de bedrijfsleider die is tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst,]21 zijn werkgever verlaat, is opgebouwd en aan hem wordt betaald;]20 de in artikel 23, 1, 2, vermelde baten die betrekking hebben op gedurende een periode van meer dan 12 maanden geleverde diensten en die door toedoen van de overheid niet betaald zijn in het jaar van de prestaties maar in eenmaal worden vergoed, en zulks uitsluitend voor het evenredige deel dat een vergoeding van 12 maanden prestaties overtreft; de in artikel 90, 4, vermelde uitkeringen; 38 [ de in artikel 31, tweede lid, 1 en 4, bedoelde bezoldigingen van de maand december die door een overheid voor het eerst zijn betaald of toegekend tijdens die maand december in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar ingevolge een beslissing van die overheid om de bezoldigingen van de maand december voortaan in de maand december te betalen of toe te kennen in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar.]38 7 6 [tegen een aanslagvoet van 10,38 pct.: de gewestelijke weerwerkpremie die, krachtens een voor 1 januari 2006 afgekondigd decreet of ordonnantie of een voor dezelfde datum getroffen besluit, gedurende de periode en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in dat decreet, ordonnantie of besluit, wordt betaald of toegekend aan een oudere werknemer die ontslagen is uit een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en die na een periode van werkloosheid terug wordt tewerkgesteld door een nieuwe werkgever, voor zover die premie bruto niet meer bedraagt dan 120 EUR per maand. De begrippen oudere werknemer, onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en nieuwe werknemer hebben voor de toepassing van deze bepaling dezelfde betekenis als in het desbetreffende decreet, ordonnantie of besluit.]6
20

VORIGE VERSIE(S)
Wetshistoriek Enig lid: 1, a) gewijzigd bij art. 135 W. 25 april 2007 (B.S., 8 mei 2007 (derde uitg.)), van toepassing op de vergoedingen en bezoldigingen die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend (art. 139) en bij art. 10, a) W. 11 december 2008 (B.S., 12 januari 2009), van toepassing voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 12 januari 2009 (art. 35); 1, c) ingevoegd bij art. 15, 1 W. 28 juli 1992 (B.S., 31 juli 1992), van toepassing op de stopzettingsmeerwaarden vanaf 6 april 1992 en de vergoedingen ingevolge handelingen vanaf 6 april 1992 (art. 47, 12) en gewijzigd bij art. 4 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 30); 1, d) vervangen bij art. 86, 1 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))) en gewijzigd bij art. 64, 1 Wet 22 juni 2012 (BS 28 juni 2012), van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2013 (art. 65); 1, e) opgeheven bij art. 86, 2 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003) en opnieuw opgenomen bij art. 6 Wet 11 november 2013 (BS 27 november 2013 (ed. 3)), met ingang van 1 oktober 2013 (art. 7); 1, f) en g) ingevoegd bij art. 89, 1 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1993 (art. 101); 1, h) ingevoegd bij art. 86, 3 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.)));

1, i) ingevoegd bij art. 2, a) W. 4 mei 2007 (B.S., 15 mei 2007 (eerste uitg.)), van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (art. 7), en gewijzigd bij art. 28, 2 Wet 22 december 2009 (BS 31 december 2009 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die zijn betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (art. 35, lid 2) en bij art. 28, 1 en 3 Wet 22 december 2009 (BS 31 december 2009 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2009 worden betaald of toegekend (art. 35, lid 7); 2 vervangen bij art. 89, 2 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1993, voor wat a), d) en e) betreft en met ingang van het aanslagjaar 1994, voor wat b) en c) betreft (art. 101); 2, a) opgeheven bij art. 30 W. 24 december 2002 (B.S., 31 december 2002 (eerste uitg.)), met ingang van aanslagjaar 2004 (art. 37, 1); 2, b) vervangen bij art. 102, 1 W. 23 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), van toepassing op de kapitalen uitgekeerd vanaf 1 januari 2006 (art. 105), gewijzigd bij art. 125, a) W. 22 december 2008 (B.S., 29 december 2008 (vierde uitg.)), van toepassing op de uitkeringen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2009 (art. 134, lid 10) en bij art. 64, 2 Wet 22 juni 2012 (BS 28 juni 2012), van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2013 (art. 65); 2, c) opgeheven bij art. 86, 5 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))); 2, d) vervangen bij art. 86, 6 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de uitkeringen of kapitalen die zijn betaald in uitvoering van een individuele aanvullende pensioentoezegging (art. 23, 3, A., 6 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))) en gewijzigd bij art. 402 W. 27 december 2004 (B.S., 31 december 2004 (tweede uitg.)), van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 1 januari 2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het doorartikel 394 van de programmawet is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening (art. 413, lid 3); 2, e) gewijzigd bij art. 11 Wet 17 juni 2013 (BS 28 juni 2013 (ed. 1)), met ingang van 1 januari 2013 (art. 23, lid 2); 2, f) ingevoegd bij art. 5 W. 24 december 2002 (B.S., 31 december 2002 (tweede uitg.)) en vervangen bij art. 27, 1 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38); 2bis ingevoegd bij art. 30, 2 W. 24 december 1993 (B.S., 31 december 1993 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 34, 1) en vervangen bij art. 80, a) Wet 27 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013 (art. 96); 2ter ingevoegd bij art. 27, 3 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38) en opgeheven bij art. 80, b)Wet 27 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013 (art. 96); 2quater ingevoegd bij art. 64, 3 Wet 22 juni 2012 (BS 28 juni 2012), van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2013 (art. 65); 3 vervangen bij art. 80, c) Wet 27 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013 (art. 96); 3bis ingevoegd bij art. 13, 3 W. 30 maart 1994 (B.S., 31 maart 1994 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 29, 1), opgeheven bij art. 27, 4 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38) en opnieuw opgenomen bij art. 64, 4 Wet 22 juni 2012 (BS 28 juni 2012), van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2013 (art. 65); 3ter ingevoegd bij art. 47 W. 10 maart 1999 (B.S., 14 april 1999 (tweede uitg.)), met ingang van 14 april 1999 (art. 61), vervangen bij art. 41 W. 15 december 2004 (B.S., 1 februari 2005 (tweede uitg.)), van toepassing op vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financile instrumenten, afgesloten vanaf 1 februari 2005 (art. 74, lid 4) en gewijzigd bij art. 80, d) Wet 27 december 2012 (BS 31 december 2012 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013 (art. 96); 3quater ingevoegd bij art. 318 W. 27 december 2006 (B.S., 28 december 2006 (derde uitg.)), met ingang van 1 januari 2007 (art. 346) en vervangen bij art. 80, e) Wet 27 december 2012

(BS 31 december 2012 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013 (art. 96); 3quinquies ingevoegd bij art. 27, 6 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38); 3sexies ingevoegd bij art. 3, b) Wet 28 juni 2013 (BS 1 juli 2013 (ed. 2)), van toepassing op de inbrengen gedaan vanaf 1 juli 2013 (art. 7); 4, a) gewijzigd bij art. 24, 1 W. 6 juli 1994 (B.S., 16 juli 1994), met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 91); 4, b) vervangen bij art. 15, 2 W. 28 juli 1992 (B.S., 31 juli 1992), van toepassing op de stopzettingsmeerwaarden vanaf 6 april 1992 en de vergoedingen ingevolge handelingen vanaf 6 april 1992 (art. 47, 12); 4, e) gewijzigd bij art. 19 K.B. 20 december 1996 (B.S., 31 december 1996 (vierde uitg.)), met ingang van 1 januari 1997 (art. 49) en bij art. 10, b) W. 11 december 2008 (B.S., 12 januari 2009), van toepassing voor verrichtingen of overbrengingen die plaatsvinden vanaf 12 januari 2009 (art. 35); 4, f) vervangen bij art. 86, 7 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))), gewijzigd bij art. 102, 2 W. 23 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), van toepassing op de kapitalen uitgekeerd vanaf 1 januari 2006 (art. 105), bij art. 125, b) W. 22 december 2008 (B.S., 29 december 2008 (vierde uitg.)), van toepassing op de uitkeringen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2009 (art. 134, lid 10) en bij art. 64, 5, a) en b) Wet 22 juni 2012 (BS 28 juni 2012), van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2013 (art. 65); 4, fbis) ingevoegd bij art. 15, 3 W. 28 juli 1992 (B.S., 31 juli 1992), van toepassing op de kapitalen en de afkoopwaarden die worden vereffend met ingang van 1 augustus 1992 (art. 47, 13) en opgeheven bij art. 89, 4 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.), err., B.S., 18 februari 1993), met ingang van het aanslagjaar 1993 (art. 101); 4, g) vervangen bij art. 86, 8 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))) en gewijzigd bij art. 176 W. 27 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.)), van toepassing op lijfrenten en pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden uitgekeerd vanaf 1 januari 2006 (art. 190, lid 2, 1); 4, i) opgeheven bij art. 89, 6 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1993 (art. 101), opnieuw opgenomen bij art. 30, 3 W. 24 december 1993 (B.S., 31 december 1993 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 34, 2) en vervangen bij art. 11 W. 4 mei 1999 (B.S., 12 juni 1999 (eerste uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 2000 (art. 1 K.B. 7 mei 2000 (B.S., 17 mei 2000)); 4, j) ingevoegd bij art. 2, b) W. 4 mei 2007 (B.S., 15 mei 2007 (eerste uitg.)), van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (art. 7), gewijzigd bij art. 125, c) W. 22 december 2008 (B.S., 29 december 2008 (vierde uitg.)), van toepassing op de inkomsten die zijn betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (art. 134, lid 6) en bij art. 28, 4 Wet 22 december 2009 (BS 31 december 2009 (ed. 2)), van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2009 worden betaald of toegekend (art. 35, lid 7); 4, k) ingevoegd bij art. 2 Wet 7 november 2011 (BS 16 november 2011), van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2012 (art. 3) en vervangen bij art. 33 Wet 13 december 2012 (BS 20 december 2012 (ed. 4)), met ingang van 1 april 2012 (art. 39); 5, a) gewijzigd bij art. 3 Wet 19 juni 2011 (BS 28 juni 2011), van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 (art. 7, lid 3); 5, c) gewijzigd bij art. 24, 3 W. 6 juli 1994 (B.S., 16 juli 1994), met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 91); 5, d) en e) ingevoegd bij art. 2 W. 6 april 2000 (B.S., 16 mei 2000 (eerste uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 2001 (art. 3); 5, f) ingevoegd bij art. 114 W. 23 december 2005 (B.S., 30 december 2005 (tweede uitg.), err., B.S., 30 september 2008 (vijfde uitg.)); 6 gewijzigd bij art. 123 W. 8 april 2003 (B.S., 17 april 2003 (eerste uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 2003 (art. 124), bij art. 17 W. 5 augustus 2003 (B.S., 7 augustus 2003 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 2003 (art. 18) en bij art. 25 Wet 29 december 2010 (BS 31 december 2010

(ed. 3)), van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2010 worden betaald of toegekend (art. 26); 7 ingevoegd bij art. 2 W. 10 juni 2006 (B.S., 27 juni 2006 (eerste uitg.)), van toepassing op de gewestelijke weerwerkpremies die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2005 (art. 3). Voorgeschiedenis Enig lid: 1, d) en e) ingevoegd bij art. 89, 1 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.), err., B.S., 18 februari 1993), met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 101); 2, a) opgeheven bij art. 30, 1 W. 24 december 1993 (B.S., 31 december 1993 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 34, 1) en opnieuw opgenomen bij art. 207 W. 25 januari 1999 (B.S., 6 februari 1999), met ingang van 1 april 1999 (art. 208); 2, b) vervangen bij art. 86, 4 W. 28 april 2003 (B.S., 15 mei 2003 (tweede uitg.), err., B.S., 26 mei 2003), van toepassing op de lijfrenten, renten, vergoedingen, andere dan in art. 23, 3, A., 6 bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen en aanvullende pensioenen, die zijn betaald vanaf 1 januari 2004 (art. 23, 3, A., 5 K.B. 14 november 2003 (B.S., 14 november 2003 (tweede uitg.))); 2bis vervangen bij art. 13, 1 W. 30 maart 1994 (B.S., 31 maart 1994 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 29, 1), gewijzigd bij art. 9 W. 20 december 1995 (B.S., 23 december 1995), met ingang van het aanslagjaar 1997 (art. 28) en vervangen bij art. 27, 2 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38); 2bis, b) gewijzigd bij art. 35 W. 9 juli 2004 (B.S., 15 juli 2004 (tweede uitg.)), van toepassing op de dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2004 (art. 38) en bij art. 147 W. 22 december 2008 (B.S., 29 december 2008 (vierde uitg.)), met ingang van 1 januari 2008 (art. 150); 3 vervangen bij art. 13, 2 W. 30 maart 1994 (B.S., 31 maart 1994 (tweede uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1995 (art. 29, 1); 3ter gewijzigd bij art. 27, 5 Wet 28 december 2011 (BS 30 december 2011 (ed. 4)), van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012 (art. 38); 4, f) gewijzigd bij art. 89, 3 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 101); 4, g) gewijzigd bij art. 89, 5 W. 28 december 1992 (B.S., 31 december 1992 (derde uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 101) en vervangen bij art. 24, 2 W. 6 juli 1994 (B.S., 16 juli 1994), met ingang van het aanslagjaar 1994 (art. 91); 5, a) gewijzigd bij art. 1 K.B. 20 juli 2000 (B.S., 30 augustus 2000 (eerste uitg.)), met ingang van het aanslagjaar 2002 (art. 7, 1), zelf gewijzigd bij art. 42, 5 K.B. 13 juli 2001 (B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002 (art. 45, 1); 6 gewijzigd bij art. 125, d) W. 22 december 2008 (B.S., 29 december 2008 (vierde uitg.)), van toepassing op de inkomsten die zijn betaald of toegekend vanaf 1 januari 2008 (art. 134, lid 6).

Beperking toepassing Het Hof vernietigt artikel 32, 1, eerste lid, van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken in zoverre het de vereffenings- en verkrijgingsuitkeringen die zijn toegekend of betaalbaar zijn gesteld vr 1 januari 2003 aan de roerende voorheffing onderwerpt. Artikel 171 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 172 ervan (Arbitragehof nr. 36/2004, 10 maart 2004 (prejudicile vraag) (B.S., 21 mei 2004 (tweede uitg.))). Bekrachtiging K.B. 20 december 1996 is bekrachtigd bij art. 2, 1 W. 13 juni 1997 (B.S., 19 juni 1997). Aanpassing van bedragen Bedrag van 120,00 EUR gendexeerd: aanslagjaar 2008: 160,00 EUR (B.S., 25 januari 2007 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2009: 160,00 EUR (B.S., 25 januari 2008 (derde uitg.)); aanslagjaar 2010: 170,00 EUR (B.S., 26 januari 2009 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2011: 170,00 EUR (BS 20 januari 2010 (ed. 2));

aanslagjaar 2012: 170,00 EUR (Ber. (BS 17 januari 2011 (ed. 2))); aanslagjaar 2013: 180,00 EUR (Ber. (BS 18 januari 2012 (ed. 2))); aanslagjaar 2014: 180,00 EUR (Ber. (BS 22 januari 2013)). Bedrag van 25.000 F/615 EUR gendexeerd: aanslagjaar 1992: 27.000 F (B.S., 5 maart 1991); aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar 1993: 27.000 F (B.S., 11 maart 1992); 1994: 27.000 F (B.S., 9 maart 1993); 1995: 27.000 F (B.S., 19 april 1994); 1996: 27.000 F (B.S., 7 februari 1995);

1997: 27.000 F (B.S., 9 februari 1996); aanslagjaar 1998: 27.000 F (B.S., 19 februari 1997); aanslagjaar 1999: 27.000 F (B.S., 13 maart 1998); aanslagjaar 2000: 28.000 F (B.S., 19 mei 1999 (eerste uitg.)); aanslagjaar 2001: 28.000 F (694,10 EUR) (B.S., 23 februari 2000); aanslagjaar 2002: 710 EUR (28.641 F) (B.S., 20 maart 2001 (eerste uitg.), zelf gewijzigd bij Ber. B.S., 14 maart 2002 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2003: 730,00 EUR (B.S., 14 maart 2002 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2004: 740,00 EUR (B.S., 4 maart 2003 (eerste uitg.)); aanslagjaar 2005: 750,00 EUR (B.S., 9 maart 2004 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2006: 760,00 EUR (B.S., 23 februari 2005); aanslagjaar 2007: 790,00 EUR (B.S., 26 januari 2006 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2008: 800,00 EUR (B.S., 25 januari 2007 (tweede uitg.)); aanslagjaar 2009: 810,00 EUR (B.S., 25 januari 2008 (derde uitg.)); aanslagjaar 2010: 850,00 EUR (B.S., 26 januari 2009 (tweede uitg.)).; aanslagjaar 2011: 850,00 EUR (BS 20 januari 2010 (ed. 2)); aanslagjaar 2012: 870,00 EUR (Ber. (BS 17 januari 2011 (ed. 2))).

Bedrag van 12.300 gendexeerd: aanslagjaar 2009: 16.300 EUR (B.S., 25 januari 2008 (derde uitg.)); aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar aanslagjaar 2010: 17.030 EUR (B.S., 26 januari 2009 (tweede uitg.)); 2011: 17.030,00 EUR (BS 20 januari 2010 (ed. 2)); 2012: 17.390,00 EUR (Ber. (BS 17 januari 2011 (ed. 2))); 2013: 18.000,00 EUR (Ber. (BS 18 januari 2012 (ed. 2))); 2014: 18.520,00 EUR (Ber. (BS 22 januari 2013)).

De tabel hierna bevat de basisbedragen alsook de gendexeerde bedragen voor het aanslagjaar 2014 (Ber. (BS 22 januari 2013)).

Artikel WIB 92

Omschrijving

Basisbedrag Gendexeerd bedrag Aj. 2014

in EUR

in EUR

Art. 171, 1, i Maximumbedrag van de bruto beroepsinkomsten per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars ouder dan 26 j., scheidsrechters, opleiders, trainers, ... Maximumbedrag van de bruto bezoldigingen per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voor een als zodanig verrichte werkzaamheid, voor zover zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 26 jaar op 1 januari van het aanslagjaar: Grensbedrag inzake afzonderlijk belastbare opzeggingsvergoedingen: Gewestelijke weerwerkpremie: Maximumbedrag van de brutopremie per maand: 120 180

12.300

18.520

4, j

12.300

18.520

5, a

615

870

Toekomstig recht
Artikel 171, 2, f) wordt opgeheven bij art. 3, a) Wet 28 juni 2013 (BS 1 juli 2013 (ed. 2)), met ingang van 1 oktober 2014 (art. 7).

Art. 171
In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de bovenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten: 1 tegen een aanslagvoet van 33 pct.: a) de in artikel 90, 1 35[, 9, eerste streepje,]3531[en 12]31, vermelde diverse inkomsten; b) de in artikel 90, 8, vermelde meerwaarden, ingeval de desbetreffende goederen worden vervreemd binnen 5 jaar na de verkrijging ervan; c) 1 [onverminderd de toepassing van 4, b), stopzettingsmeerwaarden op immaterile vaste activa als vermeld in artikel 28, eerste lid, 1, en de in de artikelen 25, 6, a) en 27, tweede lid, 4, a), vermelde vergoedingen verkregen als compensatie van een vermindering van de werkzaamheid, in zover zij niet meer bedragen dan de belastbare netto-winst of -baten die 2[in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting]3 of de vermindering van de werkzaamheid uit de niet meer uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen. Onder belastbare netto-winst of -baten van elk in het vorige lid vermelde jaar wordt verstaan het overeenkomstig artikel 23, 2, 1, vastgestelde inkomen, maar met uitzondering van de ingevolge deze onderafdeling afzonderlijk belaste inkomsten;] 1 d) 4 22 [ [kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 42[2quater, 3bis en 4, f]42, in zover zij door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1, zijn gevormd en niet worden vereffend in omstandigheden als bedoeld in 42[2quater, 3bisen 4, f]42;]22 e) 48 [de bezoldigingen voor prestaties geleverd tijdens maximaal 50 dagen per jaar en die worden betaald of toegekend aan gelegenheidswerknemers die worden tewerkgesteld

bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comit voor het hotelbedrijf of onder het Paritair Comit voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder het Paritair Comit voor het hotelbedrijf indien de werkgever en de werknemer een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk sluiten van maximaal 2 opeenvolgende dagen en waarvoor de sociale bijdragen worden berekend op een uur- of dagforfait zoals bepaald in artikel 31ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;]48 f) afkoopwaarden als vermeld in 2, d), indien anders vereffend; g) spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 2, e), indien anders uitgekeerd;]4 h) 22 [de in 4, g, bedoelde kapitalen geldend als pensioen wanneer die kapitalen in omstandigheden als bedoeld in 4, g, door de werkgever of de onderneming worden uitgekeerd aan een andere begunstigde dan degene die is bedoeld in 4, g, zonder dat zij met voorafgaande stortingen zijn gevormd;]22 i) [ [de beroepsinkomsten, met uitzondering van de bezoldigingen van bedrijfsleiders, voor een maximumbedrag van 12.300 euro bruto per belastbaar tijdperk die worden betaald of toegekend aan:]37
32 37

sportbeoefenaars, 36[voor]36 hun sportieve activiteiten en voor zover zij op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt; scheidsrechters, 36[voor]36 hun activiteiten als scheidsrechter tijdens sportwedstrijden; opleiders, trainers en begeleiders, 36[voor]36 hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit ten behoeve van de sportbeoefenaars; op voorwaarde dat zij beroepsinkomsten uit een andere beroepsactiviteit verkrijgen waarvan het totaal brutobelastbaar bedrag meer bedraagt dan het totaal brutobelastbaar bedrag van de beroepsinkomsten die zij behalen 36[uit het geheel van hun voornoemde activiteiten in de sportsector]36;]32 2
4

[tegen een aanslagvoet van 10 pct.:

19

a) [...]; b) [kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f, in zover:

26

zij door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1, zijn gevormd en worden vereffend in omstandigheden als bedoeld in 42[2quater, 3bis en 4, f]42; 34 [het kapitalen betreffen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven;]34]26 c) 22 [...]; d) [kapitalen en afkoopwaarden van de levens-verzekeringscontracten 24[bedoeld in de artikelen 104, 9, en 1451, 2,]24indien die kapitalen worden vereffend bij overlijden van de verzekerde of bij het normale verstrijken van het contract, of indien die afkoopwaarden worden vereffend in n van de 5 jaren die aan het normale
22

verstrijken van het contract voorafgaan, voor zover die kapitalen en afkoopwaarden niet dienen voor de wedersamenstelling of het waarborgen van een hypothecaire lening. Hierin zijn eveneens begrepen de kapitalen en afkoopwaarden die worden toegekend aan een werknemer of aan een niet in artikel 195, 1, bedoelde bedrijfsleider en die voortvloeien uit een individuele aanvullende pensioentoezegging wanneer: voor die werknemer gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging in de onderneming geen collectieve aanvullende pensioentoezegging bestaat of heeft bestaan; die bedrijfsleider gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging tijdens geen enkel belastbaar tijdperk regelmatig bezoldigd is;]22 e) de in het kader van het pensioensparen door middel van betalingen als vermeld in artikel 1451, 5, gevormde spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden, wanneer zij aan de rechthebbende worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in n van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan, 45[naar aanleiding van zijn toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag]45 of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;]4 f) 18 46 [ [...]]18 2bis 7 44 [ [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de in artikel 17, 1, 5, vermelde inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van wettelijke en verplichte licenties;]44]7 2ter 41 43 [ [...]]41 2quater 42 [tegen een aanslagvoet van 18 pct., kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f, in zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd aan de werknemer of bedrijfsleider op de leeftijd van 61 jaar;]42 3 44 [tegen een aanslagvoet van 25 pct., de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2bis, 3quater en 3quinquies, alsmede voor diverse inkomsten als vermeld in artikel 90, 5 tot 7;]44 3bis [ [tegen een aanslagvoet van 20 pct., de kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4, f, in zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd:
8 42

aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar; aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld in artikel 27, 3, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake Sociale Zekerheid, vr het bereiken van de leeftijd van 61 jaar; ]42]8 3ter 14 25 [ [tegen 44[een aanslagvoet van 15 of 25 pct.,]44, de in artikel 90, 11, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6, bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben;]25]14 3quater 30 44 [ [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 122, 1, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van

collectief beheer van beleggingsportefeuilles, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 5, van deze wet bedoelde categorie vastgoed of door een in boek 3 van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard, of deze haar effecten openbaar aanbiedt in Belgi of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 80 pct. van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks, rechtstreeks door deze beleggingsvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend als woning aangewend worden of bestemd zijn. Voor de toepassing van deze voorwaarde verstaat men onder woning zowel een eengezinswoning als een gebouw voor collectieve bewoning zoals een flatgebouw of een rusthuis;]44]30 3quinquies 41 [tegen een aanslagvoet van 15 pct., de in artikel 21, 5, bedoelde inkomsten uit spaardeposito's, in zoverre zij meer bedragen dan de in de bepaling onder 5 van dat artikel bepaalde grenzen;]41 3sexies 46 [tegen een aanslagvoet van 20 of 15 pct., de in artikel 269, 2, bedoelde dividenden, naargelang ze zijn verleend of toegekend uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na dat van de inbreng of later;]46 4 tegen een aanslagvoet van 16,5 pct.: a) verwezenlijkte meerwaarden op materile of financile vaste activa die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan 5 jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt 9[en waarvoor niet voor de in artikel 47 vermelde gespreide belasting is geopteerd]9, en op andere aandelen die sedert meer dan 5 jaar zijn verworven. De in het vorige lid gestelde voorwaarde van de vijfjarige belegging is niet vereist wanneer de meerwaarden worden verwezenlijkt naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de beroepswerkzaamheid of van n of meer takken daarvan; b) 1 [de in 1, c), vermelde stopzettingsmeerwaarden die worden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de stopzetting van de werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting en de in 1, c), vermelde vergoedingen die worden verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf dezelfde leeftijd of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling. Onder gedwongen definitieve stopzetting of gedwongen handeling wordt verstaan de definitieve stopzetting of de handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis. Als gedwongen definitieve stopzetting wordt eveneens beschouwd de definitieve stopzetting die het gevolg is van een handicap als vermeld in artikel 135, eerste lid, 1;]1 c) de in artikel 90, 2, vermelde prijzen, subsidies, renten en pensioenen; d) de in artikel 90, 8, vermelde meerwaarden, wanneer de goederen waarop zij betrekking hebben meer dan 5 jaar na de verkrijging ervan zijn vervreemd; e) de 12[in artikel 90, 9 35[, tweede streepje,]35 en 10]12 vermelde meerwaarden; f) [kapitalen en afkoopwaarden die inkomsten vormen zoals bedoeld in artikel 34, 1, 2, eerste lid, a tot c, wanneer ze niet belastbaar zijn overeenkomstig artikel 169, 1, en ze aan de begunstigde worden uitgekeerd naar aanleiding van zijn pensionering 42[of bij leven vanaf de leeftijd van 62 jaar]42, of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, met uitzondering van:
22

kapitalen of afkoopwaarden die gevormd zijn door persoonlijke bijdragen als vermeld in artikel 1451, 1; kapitalen en afkoopwaarden die krachtens een individuele aanvullende pensioentoezegging, als bedoeld in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, worden toegekend ofwel aan een werknemer als bedoeld in artikel 31 wanneer er gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging in de onderneming geen collectieve aanvullende pensioentoezegging bestaat die beantwoordt aan de voorwaarden van de voornoemde wet, ofwel aan een bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32 die, gedurende de looptijd van die individuele aanvullende pensioentoezegging, geen bezoldigingen heeft gekregen die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 195, 1, tweede lid;]22 26 34 [ [kapitalen die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en die bij leven ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven of worden uitgekeerd bij overlijden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en de overledene tot die leeftijd effectief actief is gebleven;]34]26 42 [kapitalen die door werkgeversbijdragen zijn gevormd en worden uitgekeerd in omstandigheden als bedoeld in 3bis, tweede streepje;]42 fbis) 2 4 [ [...];]2 g) 22 [kapitalen geldend als pensioenen wanneer die kapitalen door de onderneming worden uitgekeerd aan de in artikel 32, eerste lid, 1, bedoelde bedrijfsleider die het statuut van zelfstandige heeft en die is bedoeld in artikel 3, 1, vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, ten vroegste naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in n van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan 27[of wanneer die kapitalen naar aanleiding van zijn overlijden worden uitgekeerd aan de persoon die zijn rechtverkrijgende is,]27 zonder dat zij met voorafgaande stortingen zijn gevormd;]22 h) de afkoop van de gekapitaliseerde waarde van een deel van het wettelijk rust- of overlevingspensioen; i) 6 5 [ [de premies en vergoedingen ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector;]5]6 j) 32 37 [ [de in artikel 30, 1, bedoelde bezoldigingen]37 voor 37[een maximumbedrag van 12.300 euro bruto]37 per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voor een als zodanig verrichte werkzaamheid, voorzover zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 26 jaar op 1 januari 33[van het aanslagjaar]33;]32 40 [k) 43 [de premie bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van werkingsregels ervan.]43]40 5 tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad: a) vergoedingen 39[...] die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van stopzetting van arbeid of beindiging van een arbeidsovereenkomst; b)

bezoldigingen, pensioenen, renten of toelagen als vermeld in de artikelen 31 en 34, waarvan de uitbetaling of de toekenning door toedoen van de overheid of wegens het bestaan van een geschil slechts heeft plaatsgehad na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop zij in werkelijkheid betrekking hebben; c) winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid als 9[vermeld in artikel 28, eerste lid, 2 en 3, a)]9; d) 16 [vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft; e) de EGKS-vergoedingen die door toedoen van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening ten gevolge van de herstructurering of sluiting van een onderneming worden uitgekeerd na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop de vergoeding in werkelijkheid betrekking heeft;]16 f) 28 [de inschakelingsvergoedingen bedoeld in Titel IV, Hoofdstuk 5, Afdeling 3, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;]28 6 tegen de aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten: [het vakantiegeld dat, tijdens het jaar dat de werknemer 21[of de bedrijfsleider die is tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst,]21 zijn werkgever verlaat, is opgebouwd en aan hem wordt betaald;]20 de in artikel 23, 1, 2, vermelde baten die betrekking hebben op gedurende een periode van meer dan 12 maanden geleverde diensten en die door toedoen van de overheid niet betaald zijn in het jaar van de prestaties maar in eenmaal worden vergoed, en zulks uitsluitend voor het evenredige deel dat een vergoeding van 12 maanden prestaties overtreft; de in artikel 90, 4, vermelde uitkeringen; 38 [ de in artikel 31, tweede lid, 1 en 4, bedoelde bezoldigingen van de maand december die door een overheid voor het eerst zijn betaald of toegekend tijdens die maand december in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar ingevolge een beslissing van die overheid om de bezoldigingen van de maand december voortaan in de maand december te betalen of toe te kennen in plaats van tijdens de maand januari van het volgend jaar.]38 7 6 [tegen een aanslagvoet van 10,38 pct.: de gewestelijke weerwerkpremie die, krachtens een voor 1 januari 2006 afgekondigd decreet of ordonnantie of een voor dezelfde datum getroffen besluit, gedurende de periode en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in dat decreet, ordonnantie of besluit, wordt betaald of toegekend aan een oudere werknemer die ontslagen is uit een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en die na een periode van werkloosheid terug wordt tewerkgesteld door een nieuwe werkgever, voor zover die premie bruto niet meer bedraagt dan 120 EUR per maand. De begrippen oudere werknemer, onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en nieuwe werknemer hebben voor de toepassing van deze bepaling dezelfde betekenis als in het desbetreffende decreet, ordonnantie of besluit.]6
20

De in artikelen 171 en 269 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 voorziene voorwaarde van 80 pct., zoals ze is ingevoegd bij de artikelen 80 en 84 Wet 27 december 2012, wordt teruggebracht tot 60 pct. voor de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld in 2013 en 2014, wanneer de dividenden uitgekeerd worden door een vennootschap die genoot van de totale verzaking van de inning van de roerende voorheffing als bedoeld

in artikel 106, 8, van het KB/WIB 92 zoals de maatregel bestond op 31 december 2012 (art. 95 Wet 27 december 2012 (BS31 december 2012 (ed. 2))). Elke wijziging die vanaf 1 mei 2013 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 3, b), 4, 5, b), en 6 Wet 28 juni 2013 (art. 7 Wet 28 juni 2013 (BS 1 juli 2013 (ed. 2))).